Als kitten kom je steeds weer nieuwe dieren, situaties en dingen tegen die je moet leren inschatten. Bijvoorbeeld een trappenhuis. Eef was als kitten megafanatiek met spelen op de trap en rond de balustrade. Ze was nog van het formaat dat ze tussen de staanders door kon kruipen. Dan liep ze op een idioot smal randje langs de afgrond te paraderen.

De dag na de val van kitten Aaf stonden we beneden in het trappenhuis te evalueren wat er precies gebeurd was, toen ik iets langs zag suizen waarvan ik me in een fractie van een seconde realiseerde wat het was: kitten Eef. Dit keer had ik geen dekbed opgehangen; ik had wat geleerd van de val van Aaf. Haar zusje viel op een andere plek, rechtstreeks op de granito vloer. Netjes met vier pootjes op de grond, maar ook plat op de bek.

Baby
Ik zie nog de reactie op haar gezicht, net als een klein kind: eerst de verbazing, ‘wat gebeurt mij nou’, en daarna het besef ‘ik ben zielig’: janken dus. Een drupje bloed op de onderlip, duidelijk een geval van tandje door de lip. Verder niets aan de hand. Als een baby moest kitten Eef getroost worden, want ze was wel geschrokken.

Blij
En toch heeft Eef minder van haar valpartij geleerd dan haar zus, die het trappenhuis praktisch links laat liggen als speelterrein. Eef rent in een blije bui (minimaal 1 keer per dag) nog steeds als een bezetene de trap op en springt dan in één moeite door op de balustrade. Waarbij wij ons hart vasthouden. Maar ze is er nooit meer vanaf gevallen, dus blijkbaar heeft ze toch dondersgoed geleerd om in te schatten wat ze kan – fingers crossed.


Dit artikel is 2.105 keer gelezen | Geschreven door

Over de auteur

Journalist met een zwak voor dieren. In het gezelschap van o.a. paard, pony en 2 geweldige poezen waar eindeloos over te bloggen valt.