Konijnen, kippen, cavia’s, parkieten, vissen, muizen, kanaries en zelfs een papegaai. Het was vroeger bij ons een echte beestenboel. Over katten en honden waren mijn ouders echter heel stellig: nee! Gelukkig had ik als kind, zeker als puber, genoeg andere dingen aan mijn hoofd en viel er met dat standpunt prima te leven.

Honden vond ik sowieso eigenlijk het leukst bij een ander, want dat dagelijkse tot drie keer toe uitlaten, zag ik niet zo zitten. Een kat was een ander verhaal. Bij gebrek aan een echt exemplaar verzamelde ik de pluchen uitvoering en las alles wat los en vast zat over mijn favoriete huisdier.

Zodra ik op kamers ging wonen, zag ik mijn kans schoon. Helaas. De huisbaas wilde liever geen huisdieren. Gelukkig had het studentenleven, ook zonder kat, veel moois te bieden. Zo leerde ik mijn vriend kennen en woonden we al snel samen. Eerst op een huur-etage en anderhalf jaar later in ons eigen huis. En zoals dat gaat met verliefde mensen, hadden ook wij meer dan voldoende aan elkaar. In het begin.

Al gauw begon het toch weer te kriebelen. Ik wilde nu echt een kat. Ik droomde er zelfs van. Niets hield me meer tegen. Dacht ik. Zegt vriendlief doodleuk dat hij allergisch is voor katten. Mijn droom aan diggelen. Even dacht ik aan uit elkaar gaan… Een schrale troost: de buurkatten vonden ons huis heel gezellig en kwamen dan ook regelmatig over de vloer. Gek genoeg had vriendlief daar geen last van.

Maar ach dat katloze leven was zo slecht nog niet. Helemaal niet toen zoonlief zijn intrede deed in dat leven. Al zat er nog steeds ergens achterin m’n hoofd op een heel klein plekje die ene droom: een kat. Wat was ik dus blij dat zoonlief een enorme dierenliefhebber bleek te zijn. Omdat opgroeien zonder huisdier in mijn ogen volstrekt onmogelijk was, startte de zoektocht naar de ideale huisgenoot. Het moge duidelijk zijn dat voor mij de uitkomst al vast stond: een kat. Toevallig was zoonlief het daar volkomen mee eens. Maar ja die allergie. Hoewel… was die wel zo erg? Bij vrienden en familie met katten had hij er immers geen last van. Deze keer liet ik me niet van de wijs brengen. Ik had het tenslotte al lang, te lang zonder kat moeten stellen. Uiteindelijk ging vriendlief overstag. Met één voorwaarde, dat wel. Gaat het niet, dan gaat de kat weg.

Zondag 4 maart 2007 was de grote dag. De dag dat Floris Keizer van Disorojo, roepnaam Flo, bij ons kwam. Mijn droom kwam uit. Nu ruim vier jaar later is hij er nog steeds. En die allergie? Niets van gemerkt.

 


Dit artikel is 2.202 keer gelezen | Geschreven door

Over de auteur

In een vorig leven ongetwijfeld een kat. In het huidige leven bediende van rode ex-kater Floris. Bovendien moeder van een fantastische zoon en eigenaar van ZieZo! tekst&beeld, tekst en video met hart, ziel én inhoud.