Laatst was er weer zo’n wicht. Ze was op bezoek in mijn territorium. Ik vertel dat erbij omdat ik het daarom extra irritant vond. Ik vertelde – in het algemeen en niet tegen het wicht in kwestie – dat ik twee kittens had gekocht. Een van de wenkbrauwen van het wicht begon zich al bij die melding richting haargrens te bewegen. “Gekocht?”  Vroeg het wicht met extra verbazing in haar toon. “Ja,” zei ik, “het zijn raskatten.” Haar wenkbrauw kroop nog een paar milimeter richting haar ongelukkig gekamde scheiding. “Wat heb je daarvoor betaald dan?” Vroeg ze beschuldigend. “Nou, 300 euro en 900 euro”

Haar minachting was bijna tastbaar. Ze trok haar neus en bovenlip een beetje op. Alsof ze iets smerigs had geroken. “Nou, mijn kat kostte maar 50 euro, die heb ik gewoon uit het asiel,” zei ze met meer zelfgenoegzaamheid dan één mens in een heel leven zou mogen verzamelen. Alsof ik álle asielkatten ter dood had veroordeeld door twee raskatten te kopen.

Tsss

Kijk, al mijn vorige katten kwamen ook uit het asiel. Oh nee, wacht – we hadden ook eens 20 katten die zich gewoon in onze tuin hadden gevestigd, die gaven we toen maar gewoon elke dag eten, naast dat we ze allemaal hebben laten castreren zodat er niet nog meer katten hoefde worden afgemaakt.

Dit keer wilde ik een Bengaal en (bleek terwijl ik wat onderzoek deed) een Maine Coon. En omdat ik hard had gewerkt en mijn bankrekening het dus toeliet, besloot ik die gewoon maar eens te kopen. Mag ik?

Stom wicht

Dit specifieke wicht, is niet alleen in haar gekke beschuldigende toon en overdosis misplaatste zelfgenoegzaamheid. Nog erger dan dit wicht, zijn de wichten (mannen én vrouwen) die nadat ik ze vertel dat ik twee katten heb gekocht, mij links sturen naar stokoude asielkatten met de suggestie dat ik er zo eentje neem, want die zijn ook leuk. I KNOW! Maar ik wíl nu een Bengaal. Zoals gisteravond bij het eten: poffertjes zijn heel lekker. Maar ik wílde kip kerrie. En daarbij wicht (m/v), ik héb die katten dus al gekocht.

Als het een baby was

Stel nou dat het niet om katten ging he. Maar stel nou even, dat ik zwanger was. Stel nou dat ik die blijde boodschap met een dergelijk wicht zou delen. Zou zo’n wicht dan ook een link sturen van een adoptiekind van 16 en opperen dat ik er ook zo eentje kan nemen, omdat ze net zo leuk zijn?  Zou zo’n wicht na de geboorte op kraamvisite komen en zeggen: “schattig hoor, maar waarom heb je niet geadopteerd? Er zijn al zoveel zielige kinderen op de wereld!”

Oké, óke…een kat is geen kind. Weet ik ook wel. Zo is de grote hoeveelheid haar waarmee hun lijf is bedekt een hele dikke hint. Maar ook het feit dat ze zich douchen met hun tong en op gezette momenten haar uitspugen, heeft me op dat spoor gebracht. Maar feit blijft dat  de toon die mensen aanslaan en het idee dat ze erbij hebben, mij grenzeloos op de zenuwen werken.

Zeurpieterigheid

En ja…ik heb dure katten. Maar ik heb ook dure tablets, laptops, telefoons en weet ik wat voor rommel. Daar zeurt zelden iemand (behalve mijn moeder) over. Terwijl die gadgets dus maar heel zelden als een gek door het huis rennen om mij te entertainen. Laat staan op mijn hoofd slapen als een soort hele harige hoofdkruik.

Dus, zelfgenoegzame wichten: mind your own damn business. Dan doe ik dat ook. Deal?!


Dit artikel is 7.308 keer gelezen | Geschreven door

Over de auteur

Kattenvrouwtje, nerd, Star Trek (Janeway), Xena, serieel site producer.