Dat Mick allesbehalve je “standaard” huis-tuin-en-keuken-kat was, had ik in zijn eerste weken bij mij al ontdekt. Hoe bijzonder Mick werkelijk was, zou ik me in de maanden (en jaren) die nog komen gingen, pas goed realiseren.

Mick ontpopte zich als het ideale maatje. Mick was niet echt”schootkat” – daar was hij net iets te onafhankelijk voor. Maar hij was altijd wel heel graag bij me. Naast me op de bank, lekker dicht tegen me aangedrukt, of aan mijn voeten als een hond. Op mijn voeten, liever gezegd, wat ook nog eens lekker warm was. Mick zat graag bij me – maar dan wel op zijn voorwaarden. Hij was erop gesteld dat ik zo stil mogelijk bleef zitten. Deed ik dat niet, dan was een geïrriteerde blik mijn deel – of een kort afgemeten “Mauw”.

Prater

Eén van Micks bijzondere eigenschappen was dat hij zo heerlijk vocaal was. Je kon hele gesprekken met hem voeren, tegelijkertijd hilarisch en frustrerend. Want al leerde ik hem in de loop van de tijd wel redelijk begrijpen, als mens weet je de subtiliteit van de kattentaal maar moeilijk te doorgronden. Mick had een uitgebreide vocabulaire. Ik heb ooit ergens gelezen dat katten niet van nature mauwen, maar aangezien wij mensen te dom zijn om lichaamstaal te begrijpen, passen katten zich aan en leren met ons praten. Op hun manier.

Mick communiceerde ook met zijn ogen. Ik had nog nooit een kat gekend die zó genoegelijk met zijn ogen kon knijpen. Hij keek me dan strak aan, kneep beide ogen stijf dicht, en bleef me zo – met dichte ogen – aankijken. Midas Dekkers schreef ooit over het “hemelse lapje” – dat verleidelijke roze tongetje van een kat, dat hem in vervoering bracht. Die dikke, tevreden knijp van Mick bezorgde mij het ultiem geluk. Hij kon er – in mijn gedachten althans – héél veel mee zeggen: “gezellig hè”, “maak je niet zo druk”, “het komt wel goed”, “ik ben blij met jou” bijvoorbeeld. En dat maakte me gelukkig.

Natuurlijk communiceerde Mick ook – zoals het een echte kat betaamt – met lichaamstaal. Hij gaf niet zo maar kopjes, maar had de gewoonte zich letterlijk tegen mijn benen aan te laten vallen, of tegen me aan te leunen. Daarbij keek hij altijd genoegelijk naar boven, alsof hij zeggen wilde “Ik hoor bij jou”. Als een hondje volgde hij me de eerste weken overal – hij ging zelfs met me mee naar boven, waar mijn moeder woonde. Met me mee de voordeur uit, dat durfde we beiden gelukkig niet aan. Vanwege het verkeer aan de straatkant hield ik Mick liever achter onze tochtdeur. En Mick had het duidelijk niet op auto’s. Ik had hem een keer – veilig in mijn armen – de voorkant laten zien, maar daar schrok hij zó van, dat hij zich loswurmde uit mijn armen en via mijn schouders en rug weer naar binnen schoot. Ik heb verder niet aangedrongen.

We hadden ook wel eens onenigheid. Mick had nogal een karakter, en ik ben ook de makkelijkste niet. Maar in koppigheid moest ik mijn meerdere erkennen. Ik deed ooit eens de zoveelste poging, Mick aan het blikvoer te krijgen. Ik zou voet bij stuk houden, en hem niets anders voorzetten dan dit voer van prima kwaliteit, waar hij desondanks zijn neus voor bleef ophalen. Na drie dagen schrikbewind (Mick kon ook ongelofelijk zeuren) en de ontdekking van een halve muis op het terras, precies voor de deur, gaf ik toe. “Jij wint. Voor jou geen blikvoer meer”. Die triomfantelijke blik en die specifieke heupwiegende loop, waarop Mick me trakteerde, is met geen pen te beschrijven. Achteraf moest ik er erg om lachen. Wat een portret!

Grote genieter

Mick had het genieten tot een kunst verheven. Als een echte leeuw verstond hij de kunst van het luieren in de zon. Dat zag er zo heerlijk uit dat ik bijna jaloers kon worden op die zorgeloze overgave.
Dat zorgeloze heb ik nooit gehad, maar Mick heeft me wel geleerd veel meer genieten van mijn eigen tuin en elk zonnestraaltje, het ruisen van de bladeren en het palet aan kleuren.
Waar Mick nog het meest van kon genieten, zoals het een echte kat betaamt, was slapen. De gemiddelde kat slaapt zo’n 18 uur per etmaal, maar voor Mick leek dat nog wel méér. En wat kon die kater genieten van z’n slaapjes! Heerlijk om te zien, soms jaloersmakend!

Schrik van de buurt

Mick had het druk, met een groot territorium te onderhouden. In zijn eerste week bij mij had hij al ontdekt hoe hij de tuin uit kon en al snel behoorde het schoolplein, grenzend aan onze tuin, en de hele rij tuinen in de straat tot zijn territorium. Hij had dan ook de nodige aanvaringen met andere katten in de buurt. Met de zwarte buurkater had hij al snel een soort “herenakkoord” gesloten en na verloop van tijd konden we die twee gebroederlijk samen op het dakje van de schuur zien zonnen. Andere katers waren niet welkom in de buurt. Samen met de buurkater voerde Mick een ijzeren regime, al werd het toch vaak een ander verhaal als hij onverwachts werd opgezocht in eigen tuin. Dan kwam mijn held op sokken soms om hulp naar binnen en moest ik de strijd meer dan eens beslechten met een welgemikte beker water. Katten zijn raar. Ze kunnen soms uren al grommend en huilend naar elkaar staren. Niet om aan te horen, dat gekrijs. Maar zodra je die opperste concentratie verbreekt (met dat bekertje water bijvoorbeeld) heeft één van de twee het voordeel. Ik schoot Mick graag te hulp. Als ik hem zo in volle vaart over de het dakje van de fietsenstalling van de school zag rennen, achter een indringer aan, kon ik een gevoel van trots niet echt onderdrukken.
Ik heb gelukkig nooit klachten gekregen van overlast, want dat zou betekend hebben dat ik Mick had moeten beperken tot zijn eigen tuin, waar hij altijd netjes zijn behoefte deed. Een kattenbak was Mick wel bekend, maar hij gaf de voorkeur aan zijn eigen tuin. Dat betekende wel eens een enkele verrassing als ik weer eens een gat groef voor een nieuwe plant, of wat ergernis als bleek dat mijn nieuwe roosjes vakkundig waren platgepist, maar ik vond het verder geen bezwaar. Het niet hoeven schoonhouden van de kattenbak was toch wel een groot gemak. En ik kon Mick geen groter plezier doen dan een stukje tuin voor hem omgraven, zodat de grond lekker los werd en hij heerlijk kon graven. Dat betekende dan wel weer modderpoten in huis, maar ja… ik had nu eenmaal veel over voor mijn maatje.

 

Kater Mick was mijn beste vriend van 30 oktober 1992 tot 23 november 2009. Hij is 18 jaar geworden. Ik maak dankbaar gebruik van dit weblog om het verhaal van een 17-jarige vriendschap met deze bijzondere zwart/witte kater te delen.

Dit artikel is 2.710 keer gelezen | Geschreven door

Over de auteur

schrijvend redacteur
Google+

Ondernemende schrijvend redacteur met taal en tekst in de genen, een grote liefde voor boeken, een passie voor online media, een onderzoekende geest, een uitgesproken mening en 't hart op de juiste plek.