“Nee hoor ik ben haar niet kwijt. Ze is een keer weg gelopen. Sindsdien wil ze niet meer naar binnen. Ze woont daar nu in de bosjes. Ik ga nog wel naar haar toe, maar niet iedere dag. Ook om antiworm pilletjes te geven.”

Poes was het zat

Natuurlijk. Geloof jij het? Ik in ieder geval niet. En dus was er een poezebeest om in de gaten te houden. Weken gingen voorbij. Het werd winter. Echt winter, met kou, straffe wind, sneeuw en ijs. Toen besloot de poes zelf dat de maat vol was. Ze had genoeg van die bosjes. Mijn vriend en ik hadden haar op een koude decemberavond gevoerd en wilden weer gaan. De poes liet haar eten voor wat het was. Ze liep zigzaggend voor mijn voeten om mijn weg naar de auto te belemmeren. We hadden geen reismand bij ons, dus wat te doen? We besloten dat als ze zelf de auto instapte en niet in paniek raakte bij het sluiten van deuren en ramen, ze mee naar huis ging. Ze sprong in de auto, op schoot en kroop dicht tegen mij aan. Met het raam helemaal open, ging eerst de deur dicht. Vervolgens reden we stapvoets, zodat ze zich nog kon bedenken en via het raam de auto kon verlaten. Daarna ging het raam dicht. De poes kroop nog dichter tegen mij aan. Gelukkig was het maar een klein stukje rijden, want een kat los in de auto is geen goed plan. Maar ja ‘nood breekt wetten’, zo is het toch?!

Lulverhaal

Wat te verwachten van een poes die weg liep, niet meer naar binnen wilde en in de bosjes ging wonen? Een knuffelpoes die het liefst de hele dag bovenop je ligt? Oké, In het begin vond ze het eng als je de achterkant van haar lijfje aanraakte. Dan kreeg ze zo’n wilde blik in haar ogen en leek ze even ergens ver weg te zijn. Dat heeft ongetwijfeld een oorzaak, maar die heeft niks met haar te maken. Hoe kan iemand zo’n leukerd nou gewoon aan haar lot overlaten? Die persoon uit de eerste regels van dit blog wist heel goed waar de poes zat. Zelfs toen het hard ging vriezen, deed ze niets. Het telefoonnummer van die persoon bleek bovendien bij een adres aan de andere kant van dat grote dorp te horen. Hoe kon zij dan weten dat de poes daar in de bosje woonde? Of heeft zij de poes daar misschien zelf heen ‘gebracht’. Ook is de poes nooit als vermist opgegeven. Het was hoe dan ook een lulverhaal. We zagen het niet zitten om haar naar het asiel te brengen. De kans op ‘retour eigenaar’ was natuurlijk groot. Met alle gevolgen van dien. We voelden ons best vereerd dat ze zo bij ons in de auto was gestapt. Uitkomst van dit optelsommetje: een vijfde kat kon ook nog wel. Zij heet Uzi en hoort voor altijd bij ons.

Die rooie

Op een vaste plek voerden wij een kat toen daar plots ook een rooie verscheen. Hij bleef daar rondhangen en was daar altijd. Ging hij niet naar huis? Mensen uit de buurt kenden hem niet. Niet gechipt en nergens te vinden als vermiste kat. Hij werd voorzichtig, schrikkerig en een tikkie wantrouwend: beginnende sporen van het leven op straat? Hij liep een keer mank en had iets bloederigs op zijn pootje. Je zou denken dat een eigenaar zoiets verzorgt. Maar ook dat gebeurde niet. We hadden sterk het gevoel dat de eigenaar niet in de buurt woonde. Toen de rooie op een avond voor de zoveelste keer bijna onder een auto lag, dacht ik: ‘dit gaat een keer mis en dan heb ik de rest van mijn leven spijt dat ik niet heb ingegrepen’. Na een jaar voeren, rondvragen, zoeken naar een eigenaar en toekijken, haalden we deze rooie van de straat. Tsja, ik ben gewoon een trut, maar na zo’n lange tijd kon ik hem niet zomaar even naar het asiel brengen. Zo’n lekker katje dat avond na avond op ons af kwam gestormd als hij ons aan zag komen. Die rooie mocht ook blijven en heet nu Red.

De aller-, aller-, allerlaatste!

Een paar dagen na onze verhuizing zagen we een kleine zwart witte kat op een industrieterrein niet ver bij ons vandaan. Hij was smerig en hield ons goed in de gaten. Natuurlijk gingen mijn vriend en ik de volgende dag kijken of hij er weer was. Dat was zo. We legden wat te eten neer en gingen weer weg. Ik weet niet wie ooit gezegd heeft dat dieren ‘gek’ zijn, maar in mijn ogen zijn ze dat allesbehalve. In dit geval kwam de kat al op de derde voerdag aangerend als hij ons zag of hoorde aankomen. Of we nou met de auto, op de fiets, of lopend kwamen: hij wist het precies. Op ons ‘geroep’ kwam hij ook af. Soms duurde het even voor hij kwam. Kennelijk moest hij dan van ver komen. Dan ging hij zigzaggend – lees: opvallend – over de weg totdat hij bevestiging had dat wij hem hadden gezien. Om vervolgens in een rechte lijn verder te rennen. Hoe bedoel je slim? We voerden hem bijna iedere avond, net als die rooie uit de vorige alinea.

Hij of zij?

Is het nou een poes of een katertje? We wisten het niet. Tot ‘hij’ een steeds boller buikje kreeg. Toen wisten we genoeg. We probeerden haar te vangen met de vangkooi. Ze was te licht, waardoor de deur te laat viel. Zij stond toen al bijna buiten. God, wat baalden we toen. Des te meer omdat onze – zeer waarschijnlijk – enige kans hiermee verspeeld was. De vangkooideur slaat met zo’n harde klap dicht, dat zo’n kat zich rot schrikt. In vervolg bedenken ze zich dan wel drie keer voor ze een kooi inlopen. Toch probeerden we het nog vele malen met de zwart-witte. De ene keer scheelde het niet veel, de andere keer kwam ze niet eens in de buurt.

Plan B

Vangen met de vangkooi was mislukt, we gingen over naar plan B: vangen met een hondenbench. We deden een lang, dun touw aan het deurtje. Mijn vriend ging zo staan dat hij dat deurtje van een afstand dicht kon trekken. Met een spoor van kleine beetjes voer lokte ik de zwart-witte poes naar de ingang van de bench. Zodat ze het eten in de bench en de weg daarnaartoe ontdekte. De dame was bepaald niet voor de poes. Uren hebben we daar gestaan. Zonder resultaat.

Kittens

Achteraf gezien maar goed ook. Want kort na deze pogingen verscheen ze met twee schattige kittens. Een verrassing, want een bolle buik was ons deze keer niet opgevallen. Na een paar dagen was er nog maar één kitten, die na een paar dagen ook verdween. Een kat zou zogenaamd geen emoties hebben. Verklaar mij maar voor gek: ik zag een poes met heel veel verdriet. Ze zag er zo ongelukkig uit, zo vreselijk zielig. We hebben haar in drie jaar tijd meerdere keren met een zwangere buik gezien en slechts één keer met kittens. Zouden ze dan echt allemaal dood zijn gegaan? Dood geboren, gepakt door een roofdier of tijdens werkzaamheden op het industrieterrein gesneuveld? We zullen het nooit weten.

Nieuwe vangpoging

Eind maart, begin april dit jaar groeide haar buikje weer. Ze verdween een paar dagen om in een magere versie terug te komen. Ze moest bevallen zijn. Maar de kittens kwamen nooit tevoorschijn. Op een avond zat ze helemaal doorweekt in de stromende regen toen wij aankwamen. Ze keek zo zielig en was zo mager en vies. Dit kon niet goed gaan. Een nieuwe vangpoging volgde. Deze keer met een kleine bench, waar ze meteen al deels in durfde om wat eten naar zich toe halen. Op dag drie stond ze met drie pootjes in de bench. Wachten, niet te snel aan het touw trekken, ietsje verder nog, toe dan, nog ietsje naar voren…BAM. Mijn vriend trok de benchdeur dicht. En zij…..zat er in!!! Op 1 juni is het ein-de-lijk gelukt! Ik heb altijd gezegd dat als we haar zouden vangen, zij bij ons mocht blijven. Na minimaal drie jaar overleven op straat wilde ik haar een verblijf in het asiel zeker besparen. Bovendien stal zij mijn hart drie jaar geleden al.

Thuis in ‘quarantaine’

Met zes katten thuis neem je niet even een zwerfkat mee waarvan je niet weet wat ze met zich meedraagt. Gelukkig konden wij thuis een ruimte vrijmaken waar contact met de andere katten niet mogelijk is. Ze kon pas een kleine twee weken later bij de dierenarts terecht. Tot die tijd probeerde ik direct contact met de zwart-witte poes en alles wat ze aanraakte te vermijden. Ging ik naar haar toe, dan stapte ik daar in mijn regenlaarzen. Ik deed niets zonder plastic handschoentjes aan, die na ieder bezoek de vuilnisbak in gingen. Dettol is sindsdien mijn grootste vriend.

Tipje van de sluier

Boven dit blog zie je twee ‘fotootjes’ van haar. Een daarvan is een momentopname van een filmpje, gemaakt met de webcam. Want denk maar niet dat wij een foto van haar kunnen maken. Zoals ik van tevoren wist: we hebben een hele lange weg te gaan! Deze weg is tot aan vandaag niet altijd over rozen gegaan. We zijn gestart vanaf het absolute nulpunt: vluchten als je haar in de reismand wilt doen, blinde paniek, verstoppen als je binnenkomt en net doen of je er niet bent. Zie je het een beetje voor je? Nieuwsgierig wat Dwarf – je leest het goed, ze heet Dwarf – sinds 1 juni heeft meegemaakt en hoe het met haar gaat? Lees dan mijn volgende blog!

Heb jij ooit een hele bange ex-zwerfkat in huis gehad en hoe ben jij daar mee omgegaan? Heb jij ook een multi-kat-huishouden en hoe ging en gaat dat bij jou? Leuk om ervaringen uit te wisselen en handige tips zijn altijd welkom! Laat je het weten in een reactie?


Dit artikel is 2.700 keer gelezen | Geschreven door

Over de auteur

"Home is where fur sticks to everything but the cat" | bij mij thuis is dat fur x 7, oftewel haar van zeven katten | ik probeer zwervende katten te helpen en vermiste katten thuis te brengen (zie mijn blogs) | dat maakt mij een uhh…kattenvrouwtje | maar ik ben nog meer (die zeven voerbakjes moeten gevuld worden) | Onder de naam MOOFF help ik ondernemingen met het vormgeven van / invulling geven aan hun externe communicatie.