Men neme een jonge papegaai in een grote kooi in de woonkamer. Je zet daar twee vier katten en twee Deense doggen bij. Resultaat? Een uitermate interessant kat-hond-en-papegaai-spelletje met de katten als grote verliezers.

‘Zet dan ook geen vogel in de woonkamer als je katten hebt,’ hoor ik je te denken. Terecht. Katten vinden vogels nu eenmaal ronduit boeiend. Vooral als ze jong zijn. En laten wij nu net twee jonge Bengalen hebben die mee zijn gegaan naar ons oppasadres waar ze – je raadt het al – een papegaai, Deense doggen en twee andere katten hebben rondlopen.

Nu is één van de katten alleen geïnteresseerd in paté uit een blikje en hebben de eigenaren van de papegaai een unieke oplossing gevonden om hun andere kat bij de kooi vandaan te houden. En die oplossing komt in de vorm van de Deense dog Quandor. Een bakbeest ter grootte van een kalf, met een blaf die kilometers ver te horen is, maar die voor de rest één en al goedheid uitstraalt.

Ware het niet dat hij het af en toe best aardig vindt om te demonstreren hoe sterk en machtig hij wel niet is. Dat is soms best een opgave als je leeft met een Bengaalse diva ( de moeder van mijn diva) die ooit besloot dat zij de koningin van het huis is. Diezelfde diva is ook ronduit gefascineerd door de vogel in dat kooitje. Tot afgrijzen van de dochter van het gezin die dol is op de papegaai.

En wat doe je dan als dochter en Deense dog? Dan span je samen om de kat bij de papegaai vandaan te houden. ‘Quandor! Pak Isis!’ roept de dochter dan hard. En wonderwel, het werkt. Met een rotgang stuift de Deense dog dan op huisdiva Isis af, steekt zijn bek onder haar middenlijf, lanceert haar naar de andere kant van de kamer en loopt uitermate tevreden terug naar de dochter. Kat weg, papegaai en dochter blij en de eigenwaarde van de Deense dog is weer opgekrikt.

Voor de papegaai alleen jammer dat er deze week nog twee katten extra rond lopen. En dat zijn onze Bengaalse monsters die zelfs al enthousiast worden van een fruitvlieg. Laat staan een papegaaitje. Minutenlang zitten ze voor de kooi, springen er op of steken hun poot door de spijlen.

Het is om gek van te worden.

Nadat zelfs de plantenspuit geen effect meer had, werd ik boos. Vooral omdat de kater wéér tegen de kooi van de papegaai stond geleund. De Deense dog kwam luid blaffend op mij af. ‘Zal ik er wat aan doen?’ leek hij te willen zeggen. En dus zat er maar één ding op. ‘Quandor! Pak Tsavo!’ riep ik. Dat liet de Deense dog zich geen twee keer zeggen. Enthousiast holde hij naar onze kater, stak zijn bek onder het lange middenlijf, slingerde hem de lucht in en lanceerde Tsavo naar de andere kant van de kamer. Tevreden wandelde het bakbeest daarna naar mij toe, terwijl de kater zich amper realiseerde wat hem net overkomen was.

Vanaf dat moment heeft de kater er wat minder plezier in om rond de kooi van de kater te struinen. Al is het alleen maar omdat ik tegenwoordig ook de Deense dog voor de kooi laat liggen om de vogel te bewaken. Kan de papegaai ook eens fatsoenlijk rond vliegen in de kooi.

Al maakt de papegaai best een ontspannen indruk. Niet alleen omdat hij weet dat hij kan rekenen op de bescherming van de hond ( niet voor niets mag de Deense dog wel zijn bek tegen de kooi houden terwijl de papegaai aan de andere kant gemoedelijk naar hem staart), maar ook omdat de kooi groot genoeg is. De vogel vindt altijd een plaatsje waar de katten niet bij kunnen. Zolang de kooi dicht blijft, krijgen die katten hem nooit te pakken.

Het enige wat de katten nu nog kunnen doen, is af en toe gefrustreerd naar de kooi van de papegaai kijken. Van ellende spelen ze nu maar met speelgoedmuisjes op de vloer. Dat is tenminste een spelletje dat ze wel kunnen winnen.


Dit artikel is 3.130 keer gelezen | Geschreven door

Over de auteur

Deze catlady doet in het dagelijks leven iets met schrijven. Al word ik regelmatig afgeleid door mijn twee eigenwijze Bengaalse katten, Jambo en Tsavo. Never a dull moment met deze monsters ...