Deel 2 vind je hier

Shiri is inmiddels een maand dood. Om exact te zijn is het 4 weken en 1 dag geleden dat we Shiri moesten laten inslapen. En ik moet het even kwijt, hoe dat allemaal ging en was.

Het leek even beter te gaan met hem. Nadat de dierenarts had vastgesteld dat zijn nieren stuk waren, hadden we hem 3 dagen bij hen achtergelaten. Drie dagen waarin hij medicijnen kreeg,  hem vocht werd toegediend en hij in een kleine kooi zichzelf verder moest zien te redden.

Doodstil was hij toen we hem mee terug namen in de auto. Hij stonk naar zieke kat en medicijnen. Zijn poten hadden kale plekken, waar ze zijn haar hadden weggeschoren om het infuus te kunnen plaatsen.

Eenmaal thuis verstopte hij zich eerst voor ons. Maar toen hij zeker wist dat we hem niet meer weg zouden sturen, kroop hij zo dicht hij als hij kon bij ons. Hij was zo opgelucht om weer thuis te zijn dat hij zijn warme lijfje zo dicht mogelijk tegen mijn buik aandrukte.

Dat was ook het moment dat het kwijlen begon.

Ik had toen nog geen idee dat het kwam doordat hij misselijk was. De nierziekte maakte dat hij zich niet goed voelde en dat maakte weer dat hij ging kwijlen. Van de dierenarts kregen we een middel tegen het kwijlen. Maar echt weg wilde het niet meer.

Shiri sliep vanaf die dag in de badkuip. Zijn nieuwe favoriete plek. Eten ging niet meer van harte en ook drinken wilde hij alleen na aandringen van mij.

Mijn ochtenden bestonden uit opstaan, Shiri’s eten klaarmaken en bij hem zitten totdat hij voldoende binnen had. Dat was niet gemakkelijk. Het eten smaakte hem niet alleen niet, het deed hem ook pijn om erop te kauwen. Terwijl hij at, miauwde hij van de pijn. Zelfs met de pijnstillers die we inmiddels van de dierenarts hadden gekregen bleef de pijn niet weg.

In de weken die volgden, leek het heel even allemaal beter te gaan. Hij leek weer een beetje zijn oude zelf. Hij speelde af en toe en zwiepte niet de hele tijd geïrriteerd met zijn staart. Hij kwam wel eens bij ons liggen en kwam een beetje aan.

Maar de laatste week wist ik het zeker: einde oefening. Zijn gewicht daalde weer. Van een stevige kater van 5 kilo, was nu nog maar 2,8 kilo over. En naast miauwend eten, gromde Shiri nu ook wanneer hij water dronk. Het was vreselijk om aan te zien.

Bij de dierenarts wist ik al wat het oordeel zou worden: “Wij zijn er niet alleen voor u, maar vooral voor het dier. En we zijn op een punt beland waarop het voor het dier niet meer dragelijk is.” Shiri had inmiddels zweren op zijn tong, van het ureum dat in zijn lichaam vrijkwam door falen van zijn nieren. Die zweren deden hem vreselijk veel pijn bij het eten en drinken.

Samen met de dierenarts besloten we Shiri een morfinepleister te geven. Dat was – als ik eerlijk ben – vooral voor onszelf. Met die pleister kon hij 5 dagen zonder pijn functioneren. Vijf dagen waarin wij afscheid konden nemen. Hem knuffelen tot we niet meer konden.

Dat hebben we dan ook gedaan. Twee nachten heb ik bij hem in bad doorgebracht. En nee, dat lag niet lekker, maar toch was het heerlijk.

Ook de laatste nacht brachten we samen door. Maar daarover volgende keer maar weer. Ben er nu even klaar mee.

Deel 2 vind je hier

 


Dit artikel is 4.177 keer gelezen | Geschreven door

Over de auteur

Kattenvrouwtje, nerd, Star Trek (Janeway), Xena, serieel site producer.