Onze katten mogen niet naar buiten. Is dat zielig? Nee, dat is niet zielig. Niet alleen woon ik middenin de stad en is het gevaarlijk voor hen om hier naar buiten te gaan. Maar als ik onze twee beestjes laat zwieren zie ik ze nooit meer terug. Want zeg nu zelf…wie wil deze knapperds niet hebben?

 

Dat ze niet naar buiten mogen, betekent niet dat ze niet naar buiten willen. De ramen hier in huis kunnen dan ook alleen echt open op het moment dat zij niet in een bepaalde kamer zijn. Overigens – ze mogen wel op het balkon, dat hebben we met een groot net kat-veilig gemaakt. Maar alle andere ramen staat dus meestal alleen op een kier.

In de zomer is dat nog best afzien kan ik je vertellen. En de hitte van de afgelopen dagen is hier in huis dan ook vaak niet te harden.

Dat is dan ook de reden dat ik vanmorgen eerst checkte of de katten in mijn werkkamer waren – dat waren ze en op het oog diep in slaap – voordat ik zachtjes naar de gang liep, de deur achter me dichttrok en de ramen van onze badkamer en die van de kattenkamer tegenover elkaar openzette. Vervolgens liep ik naar beneden, trok daar de grote ramen open en zette ook de balkondeuren wagenwijd open. Zo…even luchten.

Na mezelf te hebben voorzien van een bakje koffie toog ik weer naar de werkkamer om een gat te slaan in mijn todo-lijst. Eenmaal daar trof ik slechts één kat. Een klaarwakkere kat die mij al miauwend tegemoet liep. Een blik om me heen, een kijkje onder de bureau’s en een onderzoekje achter de gordijnen leverde de andere kat – Nicolai – niet op.

Aaaaaaaah…..de ramen.

Als een dolle rende ik de drie stappen naar onze badkamer. Dat raam komt namelijk uit op het dak van de tweede etage van ons huis en de derde etage van het hele pand. “Nicolai…waar ben je gast” (je moet je katten altijd toespreken alsof je ze in het café hebt ontmoet, dat is het meest effectief). Een miauw vertelde me algauw wat ik liever niet wilde weten: Nicolai was op het dak geklommen en was nu op weg naar het balkon van onze buren. Dammit!

“Snoepjes…ik moet snoepjes…” Ondanks de hitte kreeg ik koude rillingen van de stappen die Nicolai op het dak maakte. Nu heb ik hoogtevrees en hij niet, maar wat een naar gezicht…voor mij dan dus.

Het geluid van de zak waar de snoepjes in verpakt zitten, kon Nicolai niet bekoren. Hij miauwde vanaf het balkon van de buren wel naar me, maar deed geen stap mijn kant op. “Nicolai, kleine klojo…kom hier” Omdat katten de woorden toch niet verstaan kun je in een moment van paniek gelukkig helemaal losgaan. Nog steeds veel gemiauw, weinig geloop.

Hardop vloekend en zwetend als een walrus op zomervakantie in de Sahara, besloot ik er nat voer bij te pakken. Als dát hem niet zou lokken was alles verloren.

Tegen zoveel lekker geuren kon zelfs mijn ontsnapte crimineel niet op. Al miauwend en klagend kwam hij eindelijk mijn kant op. Eenmaal met één poot binnen, trok ik hem keihard naar me toe: “Klootak…” zei ik boos terwijl ik hem stevig vasthield en over zijn bol aaide. Niet dat hij daarvan gediend was, hij had vrijheid geroken en nat voer geproefd. Zijn dag was goed.


Dit artikel is 4.885 keer gelezen | Geschreven door

Over de auteur

Kattenvrouwtje, nerd, Star Trek (Janeway), Xena, serieel site producer.